De Atlasceder is afkomstig van Noor-Afrika. Lang geleden groeide hij in de natuur in Europa. Hij verdraagt zeer goed de koude en hij is lanker en hoger dan de Libanese ceder. Zijn naalden zijn blauwachtig, zijn takken zijn oplopend en korter in vergelijking met die van andere cedersoorten; zijn schors is zilvergrijs en schilfert af door veroudering; hij draagt kegels die 6 cm lang zijn.
Aromatische moleculen_ Himachalenen, atlantonenGedistilleerd deel_ hout
Tips & advies_ Bij gebrek aan CGEO Italiaanse strobloem kan, voor de behandeling van builen en bleuwe plekken, CGEO Atlasceder gebruikt worden ter vervanging met natuurlijk een minder spectaculair effect : 3 druppels CGEO Atlasceder + 3 druppels Calophyllum inophyllum PO. Verschillende keren aanbrengen gedurende het uur volgend op het trauma, daarna 4 keer per dag aanbrengen tot een gevoelige verbetering.
Gebruiksaanwijzing: Massage_ verdun enkele druppels is een plantaardige olie en breng lokaal aan.
Orale inname_ - Gebruik op de huid_ ++++ Lucht verspreiding_ ++ +++++ = Ten zeerste aangeraden - (!) Voor gebruik met voorzorg
Voorzorgsmaatregelen:
• Sterk afgeraden bij patiënten met oestrogeenafhankelijke kanker • Buiten bereik van jonge kinderen houden. • Zonder bevoegde aanwijzing, niet gebruiken tijdens zwangerschap, bij borstvoeding en bij kinderen onder de 3 jaar. • Droog bewaren, beschut tegen licht en warmte. • UITWENDIG GEBRUIK